Van het begrip magnetiseren wordt voor het eerst melding gemaakt al zo ongeveer
1000 jaar voor Christus en waarschijnlijk kwam het zelfs al voor in de tijd
van de Egyptenaren. Als grondlegger van de hedendaagse westerse vorm van paranormaal
genezen moet zonder twijfel de Oostenrijkse arts dr. Anton Mesmer (1734-1815)
worden genoemd. Ondanks het feit dat zijn leer en de toepassing ervan al eeuwen
eerder werd beschreven en toegepast. Mesmer ontdekt, wat hij noemde, het dierlijk
magnetisme. Dit is een kracht van dierlijke oorsprong, die invloed kan hebben
op andere levende wezens. Deze arts ging ervan dat paranormaal genezen te maken
heeft met de tot nu toe onverklaarbare krachten in de mens zelf en wat eerder
door velen werd gezien als bovennatuurlijk een natuurlijke verklaring heeft.
De periode Mesmer is een van de meest belangrijke perioden uit de geschiedenis
van de psychiatrie, maar ook een van de meest vergeten periodes. U zult zich
afvragen waarom? Het mesmerisme is een van de eerste vormen van psychotherapie
geweest en heeft op een bepaalde manier aan de basis van het hypnotisme (hypnose)
bijgedragen.
Zijn ideeën waren:
- er bestaat overal in het universum een zeer fijne, alles verbindende doordringende
kracht, een materie van onvergelijkbare fijnheid. Mesmer noemde deze stof
'fluïdum';
- ieder mens, dier en plant, kortom alles wat leeft, heeft zo'n energieveld
om zich heen (tegenwoordig beter bekend als 'aura');
- ziekte is het gevolg van een onevenwichtige verdeling van deze energiekracht
in het lichaam van de mens;
- De 'genezer' kan de ziekte genezen door kosmische kracht aan te trekken
en deze aan de zieke te geven door bijvoorbeeld handoplegging;